Harnasmannetje/Agonus cataphractus
|
 |
Het harnasmannetje is een kleine bodemvis die tot 21cm lang wordt.
Uiterlijk lijkt hij nog het meest op een zeedonderpad, maar de onderkant
van de kop is bezaaid met korte baarddraden. Daarnaast is de kop in
verhouding groter en hebben ze vier benige knobbels op de bovenkant van
hun snuit. Hierdoor kregen ze de Engelse benaming "hooknose".
Max. lengte/gewicht:
21cm. Gemiddeld 14cm. Nederlands record 1994: 16.5cm 32gr.
Leefgebied/gedrag: Noord-Atlantische Oceaan vanaf het Kanaal tot IJsland en de
Barentszzee, Noordzee, Oostzee. Jonge dieren vrij algemeen langs
Nederlandse kust, maar wordt zelden gevangen, wat waarschijnlijk te
maken heeft met de diepte waarop ze zich grotendeels bevinden.
Leeft op zand en zachte modder bodems op een diepte
van -20 tot -270 meter.
Tijdens de paai komen ze wel in ondieper water. Deze valt tussen febr/april
afhankelijk van de watertemperatuur.
Vistechniek:
Kleine vissoort die bij ons meestal als bijvangst gevangen wordt.
In Noorwegen worden ze soms wel gericht bevist. Meestal 's nachts in
combinatie met een hoofdlamp.
Hier de manier om ze te vangen. De vistechniek is vrij simpel: een
haakje 18 met een stukje garnaal en enkele knijploodjes om het aas te
laten zakken. Je vist hier dan ook op zicht !.
|
|