Klik hier om naar index droomvissen te gaan

Schol/Pladijs/Pleuronectes platessa
 
 
Herkenbaar aan de rode vlekjes, het rijtje benige knobbeltjes dat loopt van het oog tot het begin van de zijlijn en de zeer gladde huid die in beide richtingen glad aanvoelt.
Max lengte/gewicht: 95 cm/7kg. Nederlands record 1990: 64cm/2650gr. Kan tot 25/30 jaar oud worden. Exemplaren van 500gr zijn reeds een mooie vangst.
leefgebied/gedrag: Kustbewoner. Vanaf de kustlijn tot op dieptes van -120 meter. Meestal te vinden op dieptes tussen de -10 en -50 meter. Houd van echt zout water en komt dan ook omzeggens niet voor in de brakwaterzone.
Geeft de voorkeur aan een zanderige bodem, maar komt ook op modder en grind voor.
Aast op allerlei kleine bodembewoners.

Gericht wordt er bij ons weinig op schol gevist omdat ze nog zelden in grote aantallen langs onze kust te vinden zijn. Daarbij is de vis door de beroepsvisserij sterk gedecimeerd. Kan je echter een stek vinden waar schol aanwezig is dan beleef je gegarandeerd mooie sport.
Beste vangsttijd:

Het gehele jaar door met een top in maart/mei. De schemering en de eerste nachtelijke uren zijn vaak het best. Overdag is de schol vrij passief en brengt hij deze ingegraven in het zand door. Maar ook dan zijn ze te vangen, liefst bij een kalme zee en een niet al te sterke stroming. 
Opkomend water is eveneens gunstig.
Paairijpe vissen nemen in de late herfst bijna geen voedsel meer op en zijn dan ook nog nauwelijks te vangen.
Stekken:
Meestal wordt de schol vanaf een boot gevangen en zelden vanaf de kant. Naar de diepte aflopende glooiingen en muien tussen de zandplaten zijn goede scholstekken. Ook de ondiepe platen -5/6 meter die vanuit de diepere delen omhoog komen zijn de moeite waard. Wrakken en hun omgeving zijn ook steeds goed.
Kantvissen kan nog eens lukken na een flinke storm. Verder kies je steeds voor een strand met een matig tot steil aflopende bodem en helder water. Het water moet helder zijn, vermijd plaatsen met een lange branding waar de golven het zand omwoelen. De beste vangsten worden overdag gemaakt tijdens zonnig weer en zowel bij opkomend als afgaand tij, al hangt dit af van de locatie. 
Aas:
Zachte krab en zager schoren het hoogst.
Zeepier scoort beduidend minder.
Techniek:
Strand
Daar je meestal op een zandstrand vist is een hengel van 4/4.5 meter met een werpgewicht van 100 tot 175 gram voldoende. Op de molen een lijn van 30/00 en een voorslag van 50/00.
In de meeste gevallen vis je met een ankerlood maar als het enigszins kan liefst zonder, en maximaal 2 haken nr 4/2.
Aaslijntjes van 4.5kg zijn ruim voldoende. Hou het hierbij op een lengte van + 50cm voor een natuurlijke beweeglijke aasaanbieding.
Schollen houden van bewegend aas en daarom is het zinvol het aas zo levendig en natuurlijk mogelijk aan te bieden. De schol jaagt op zicht, dus zijn lokkers als kralen en glimmende plaatjes geen overbodige accessoires.
Boot
Vanuit een kleine boot op de Oosterschelde en de wadden volstaat een korte hengel van maximaal 2.4m en een loodgewicht van 50/100 gram. Vis hier met een zo dun mogelijke lijn, maximaal 30/00 en een voorslag van 45/00 of zelfs geen voorslag.
Op de Noordzee is een uptide hengel van rond de 3 meter handiger wegens de langere onderlijnen.  Ook hier weer 30/00 en nu wel een iets dikkere voorslag 50/00 wegens het zwaardere lood 200/300 gram.

Gericht op schol vissen vanaf een kleine boot doe je het best door over de zandplaten heen te driften. Het lood moet net voldoende zijn om de onderlijn op de bodem te houden. Kogellood is hiervoor perfect. Een onderlijn met een lengte van 1meter (6 kg)  voorzien van haak nr 2/4 en  enkele attractors als kralen of glitterplaatjes of beiden samen.
Vis hiermee actief en geef na de aanbeet wat lijn alvorens je aanslaat.

Ook een onderlijn met gewone bezemafhouders kan best en waarom niet even een montage met een weegschaaltje uitproberen !
Enkele voorbeelden van montages kan je vinden bij:  Basistechnieken/Lijnmontages/Zeevissen
 
 
Copyright 2006 Noyelle Frans. Alle rechten voorbehouden.