Kanaal naar Beverlo/Antw. |
Foto's |

|
Plan |
Klik op het icoontje in de linker
benedenhoek voor een satelliet beeld. |
Gegevens |
Het Kanaal naar Beverlo is gelegen in de provincie Limburg en loopt vanaf
de havenkom te Leopoldsburg in noordelijke richting naar het Kanaal
Bocholt-Herentals. Het kanaal heeft een lengte van 14,8 kilometer en
beslaat een totaal oppervlak van 21,6 hectare.
Door de afwezigheid van sluizen is het Kanaal naar Beverlo vrij
optrekbaar vanuit het Kanaal Bocholt-Herentals.
Oevers, meestal natuurlijk en op sommige
plaatsen versterkt.
Het kanaal loopt door veel natuurgebieden en er is
weinig scheepvaart.
De hengeldruk op het kanaal is relatief laag.
Het westelijk deel van het kanaal heeft een waterbreedte afnemend van
34,5 meter tot circa 17,5 meter. De waterdiepte neemt hierbij af van
ongeveer 3,8 meter in het westen tot circa 2,5 meter in het oosten. De
bodem bestaat uit klei, veen en zand, waarop veelal een sliblaag
(0,1-0,2 meter) aanwezig is. In de richting van de kantelstuw neemt de
dikte van de sliblaag toe tot een maximum van circa een meter. Vegetatie
is voornamelijk aanwezig in de oeverzone, waar soorten als riet,
liesgras, pijlkruid, egelskop en kalmoes voorkomen. De dikte van deze
vegetatiekraag is veelal beperkt tot een halve meter, waarbij 50 tot 80%
van de oever begroeid is.
Het oostelijke deel van het kanaal heeft een waterbreedte van circa 11 à
12 meter. De waterdiepte is hierbij circa 2,5 tot 3,2 meter. Er is
sprake van een kleibodem met daarop een sliblaag van 0,1 tot 0,2 meter.
De oevers in dit deel van het kanaal zijn grotendeels begroeid met een
rietkraag met een dikte van 1,0 tot 1,5 meter, waarbij deze ten dele
beschoeid zijn met damwand en schanskorven.
|
Vissoorten |
Visbestandsopname 2015:
In het Leopoldkanaal zijn in totaal 19
vissoorten gevangen: paling, baars, blankvoorn, brasem, driedoornige
stekelbaars, giebel, karper (schub- en spiegelkarper), kolblei, pos,
snoek, snoekbaars, bot, rietvoorn, tiendoornige stekelbaars, vetje,
zeelt, winde, harder en blauwband.
Soorten als baars, blankvoorn, brasem, snoek, driedoornige stekelbaars
en in mindere mate rietvoorn komen verspreidt over de totale lengte van
het kanaal voor. De verspreiding van bot en harder beperkt zich tot het
westelijke deel van het kanaal, terwijl soorten als vetje, giebel en
zeelt voornamelijk in het oostelijke deel van het kanaal zijn
aangetroffen.
Het visbestand in het Leopoldkanaal is geschat op 250,6 kg/ha en 4.085
stuks/ha. De visbiomassa bestaat voor een groot deel uit karper (42%),
gevolgd door brasem (10%), baars (10%), blankvoorn (8%), snoek (6%),
rietvoorn (6%) en zeelt (5%). De visbiomassa in het kanaal bestaat
vooral uit meerzomerige vis, waarbij vooral karpers (> 40 cm) een
aanzienlijk aandeel hebben in de totale biomassa.
Op basis van aantallen wordt het visbestand voor een groot deel gevormd
door baars (34%) en blankvoorn (24%). Dit zijn voornamelijk eenzomerige
en meerzomerige vissen met lengtes tot 15 cm. Andere relatief veel
voorkomende soorten zijn rietvoorn (14%) en brasem (10%).
|
Vergunning |
Visverlof Vlaamse gemeenschap. Er mag gevist worden gedurende de paaitijd
en 's nachts (Niet op snoekbaars) |
Bijzonderheden |
De streek waar het kanaal doorheen loopt is bekend vanwege haar
historische vervuiling met zware metalen. Het is dan ook aangeraden
geen vis hieruit afkomstig te consumeren. |
Stekken |
Goede hengelstekken situeren zich ter hoogte van de
Blauwe kiel, te Kerkhove aan de brug en in de kanaalkommen te
Balen-Wezel en te Leopoldsburg. Deze laatste zijn vooral in het najaar
en de winter interessant, wanneer de recreatie scheepvaart stil ligt.
|
|