Klik hier om naar index droomvissen te gaan
 
Prikken        soort 
 

De prikkenlampreien of negenogen (Petromyzontidae) zijn een familie van kaakloze vissen.
Er zijn ongeveer 40 soorten, waarvan de meeste in zoet water leven. Bij ons slechts 3 soorten.
Rivierprik (Lampetra fluviatilis) / Zeeprik (Petromyzon marinus) / Beekprik (Lampetra
De mond is rond en volwassen dieren hebben een- rasptong met tandjes
Lampreien hebben een parasitaire levenswijze; met hun zuignapmond hechten ze zich vast aan andere vissen en zuigen ze bloed op. 
In tegenstelling tot de rivier- en de zeeprik is de beekprik echter geen parasiet.

Vroeger
waren lampreien wijdverspreid door Europa, maar nu komen ze in sommige rivieren vrijwel niet meer voor en worden ze met uitsterven bedreigd. De kaakloze vis leefde 360 miljoen jaar geleden al en wordt beschouwd als het oudste nog bestaande werveldier ter wereld. Kleinere soorten verblijven hun hele leven in zoet water, maar grotere zeeprikken migreren als ze volwassen worden naar zee, om vervolgens voor de voortplanting terug te keren naar rivieren. Hun aantal neemt af doordat deze migratieroutes geblokkeerd worden door waterkeringen.
Bij ons een BESCHERMDE DIERSOORT maar in andere landen een lekkernij. 
 

Beekprik/Lampetra planeri
Max. lengte/gewicht: 16cm.
Leefgebied/gedrag: Inheems in de Benelux.
Behoort niet echt tot de vissoorten maar tot de rondbekken.
Leeft in heldere stromende rivieren boven grindbodem.
De beekprik blijft zijn hele leven in dezelfde beekloop. Het dier leeft drie tot zes jaar als een blinde larve in de modderbodem en verandert dan in het vroege voorjaar tot volwassen prik. Hij krijgt ogen, vinnen en geslachtsorganen. Het dier verliest echter tegelijkertijd zijn maag- en darmstelsel en houdt daarom op met foerageren. Op zoek naar partners trekt hij stroomopwaarts waar paaiplaatsen gebouwd worden in de grintbodem. In de beek wordt een gleuf gemaakt door steentjes te verplaatsen. Het grint wordt eerst schoongemaakt en vervolgens zetten de vrouwtjes hun eitjes er op af. De mannetjes gaan daar boven hangen en zetten de zaadcellen af. Eenzelfde paaisleuf kan tegelijkertijd worden gebruikt door een groot aantal prikken. Het is daar dan een drukte van belang. De beekprik sterft enkele dagen na het paaien. In tegenstelling tot de rivier- en de zeeprik is de beekprik geen parasiet.
Eigen vangsten:
Eenmalig gevangen in een klein riviertje in de Belgische ardennen
Rivierprik/Lampetra fluviatilis/prik/lamprey
Max. lengte/gewicht: 50cm. NL record 35 cm -1982. Tot en met 15 cm beschermd.
Leefgebied/gedrag: De rivierprik leeft ongeveer vier jaar als larve in de bodem van stromende wateren, trekt dan als volgroeide prik naar zee, leeft daar twee tot drie jaar als bloedzuigende parasiet op vis en trekt dan als geslachtsrijp dier het zoete water binnen. Paait op grintbeddingen.
In Belgie waarschijnlijk alleen standpopulaties.
Eigen vangsten: ooit 1 exemplaar gevangen in de belgische ardennen.
Copyright 2006 Noyelle Frans. Alle rechten voorbehouden.