.
 
Home   Email  

 

Vissen op...
Snoekbaars
Snoek
Zeelt
Karper
Brasem
Baars
Barbeel
Paling/Aal
Roofblei
Meerval
Vijverforel
Voorn
Droomvissen

 

 

Vissen op Roofblei
Techniek 2
 

Algemeen techniek 1 Techniek 2 Artikels

Techniek kunstaas
Het beste kunstaas is dit waarin je gelooft en dat daarbij ook prettig werpt en vist.
Je kunt kiezen uit een scala van mogelijkheden maar uiteindelijk is de omgeving en de manier van vissen, vanuit een boot of vanaf de kant, bepalend waarmee je de kunstaasdoos vult.
Pluggen, poppers, softbait, jerkbaits, spinners, lepels, spinnerbaits, pluggen enz.. alles kan.
Over het algemeen maak je met klein kunstaas het meeste kans een mooie roofblei te vangen, dit omdat ze veelal op speldaas jagen, pas je aas dus op de grote van het aanwezige speldaas aan. In het begin van het seizoen zal je dus meer vangen op erg klein aas, en later in het seizoen als het speldaas wat groter wordt maak je zeker ook kans als je met een slanke plug van een cm of 8-10 aan de slag gaat.
Dus in de regel kan je stellen dat je kunstaas moet meegroeien met het aanwezige speldaas.
Ik heb het zo zelf eens meegemaakt dat de roofblei als een dolle aan het jagen was maar totaal geen interesse toonde in ons kunstaas. Uiteindelijk van alles geprobeerd maar niks wilden ze hebben totdat ik er een Mepps 00 aanhing ter grote van het aanwezige speldaas.
Een andere regel is dat in vrij ondiep water tot twee meter het kleinste kunstaas succes kan geven terwijl je op grote rivieren of diep water dan weer meer succes boekt met plugjes tot 10 cm.
Slanke pluggen kan je dan weer iets vlugger vissen, wat niet wil zeggen dat een bolle vorm niet kan.
Geluid makend kunstaas op donker en stromend water blijkt soms extra aandacht te krijgen.
Uitproberen is de leuze.
Het is jarenlang de trend geweest om het kunstaas onmiddellijk na de inworp vlug teruggevist worden, en met vlug bedoel ik zo snel mogelijk. En dat werkt in de meeste gevallen nog steeds goed. Maar afhankelijk van het kunstaas zelf en natuurlijk ook van de roofbleien kan iets trager of onregelmatiger meer resultaat opleveren.
Meer daarover bij de soorten kunstaas zelf.
Vissen met pluggen:
Waarschijnlijk het meest gebruikte kunstaas voor roofblei.
Op roofblei moeten we doorgaans snel terugvissen om resultaat te boeken.
Daarom is het van het grootste belang dat de plug dit aankan en niet gaat tollen.
Kunststof pluggen blijken in de praktijk vaak beter dan balsahouten plugjes.
Ook omdat deze beter tegen de agressie van een aanvallende roofblei bestand zijn.
Hou er bij aankoop van de plug ook rekening mee dat deze vaak een flink stuk moeten geworpen worden.
Slank of dikkere pluggen, het maakt niet echt iets uit, als ze maar niet uit het oppervlak jumpen bij het snel terug binnenvissen.
Kleinere plugjes zijn moeilijk ver te werpen hou daar ook rekening mee.
Als lengte kan een plug van 4 tot rond de 12cm.
In de zomermaanden scoren de iets grotere plugjes en rammelaars vaak erg goed, terwijl in het begin van het seizoen uiterst kleine plugjes het vaak beter doen.
Omdat de roofblei zich niet altijd juist onder het oppervlak bevind, maar ook dieper kan jagen, is het zinvol om plugjes mee te nemen die naar verschillende dieptes duiken en ook enkele licht zinkende.
Ook zeer goed zijn kleine jerkbaits die zich zeer snel laten vissen.
Door onregelmatig, maar felle tikken aan je kunstaas te geven schieten ze links/rechts door het water. Het maakt de roofbleien soms echt gek.  
Welke plug, dat moet je zelf uitmaken en kiezen uit het enorme aanbod met bovenstaande in gedachten. Een bepaalde plug  aanraden doe ik niet en is ook nutteloos omdat ze er vandaag wel zijn maar morgen misschien niet meer.
 

 

Vissen met oppervlakte pluggen:
Hoewel het niet speciaal gemaakt is voor roofblei, is het wel het spectaculairste kunstaas voor deze rover. Op momenten waar de roofbleien aan het oppervlak jagen is dit dan ook het leukste kunstaas om ze te vangen.
Je vangt er naar mijn mening iets minder mee dan met andere pluggen, maar de explosieve aanbeet maakt dit meer dan goed.
Poppers vis je aan het oppervlakte rechtlijnig of beter nog, in rukken terug.
Ook nu weer liefst snel binnen vissen, waarbij je de hengel op dezelfde manier vasthoud als bij het jerken op snoek.
Hierbij heeft het een specifieke actie, en een aanbeet aan dit kunstaas vergeet je nooit.
Maar soms is het ook goed om eens niet snel te vissen, een 4-tal tikjes en dan even een korte pauze. Vaak juist dan volgt de aanbeet.
Meestal zie je de aanbeet op de popper, maar voel je die niet echt aan de hengel, alhoewel het ook soms anders gaat.
Hou er rekening mee dat kleine lichte poppers in felle stroming zo goed als nutteloos zijn. Ze zijn enkel goed bruikbaar waar niet te veel stroming staat. In de volle stroming worden ze ofwel onder getrokken of ze stuiteren te hard over het oppervlakte. Daarom vissen we die beter naast de stroomnaad of in zwakke stroming.
In het geval van sterke stroming moet je eerder kiezen voor eentje van rond de 10cm en 25 gram.
Poppers werpen we meestal stroomafwaarts of dwars op de stroming. Stroomopwaarts werpen geeft veel meer missers.
 
Augustus is vaak de maand voor dit kunstaas. 

Vissen met rubber:
Zacht plastickunstaas heeft zijn vaste plaats reeds verworven en is voor het vissen op roofblei ideaal.
Met een eenvoudige jigkop en daarop een shad is het goed mogelijk om gericht op roofblei te vissen.
Gebruik het liefst vrij zachte shads met een beweeglijke staart van 5 tot 12cm.
De zwaarte van de loodkop is afhankelijk van plaats en stroming.
Vissen we de schads in volle stroming dan gebruiken we meestal een loodkop van 10 gram.
In keerstromen en de luwtes er tussen een loodkop van 3 tot 7 fram .
Je kan stellen dat het doorgaans wel lukt met 5 tot 10 gram vanaf een boot en met 10 tot 20 gram vanaf de kant. 
Er zijn verschillende manieren om dit kunstaas te vissen:
1---Werp de shad in en begin meteen binnen te draaien als de shad het wateroppervlak raakt. De shad blijft dan ongeveer zo'n 10cm onder het oppervlak. Vis de shad snel terug en schuw daarbij niet om af te wijken van een rechte lijn door met de top van de hengel zijwaartse bewegingen te maken.
2---Werp de schad uit en wacht enkele seconden om vervolgens met afwisselende snelheden de shad terug binnen te vissen. Probeer als het ware te jerken. Bedoeling hiervan is om een gewond visje te imiteren dat in doodsangst probeert te ontsnappen.
3---Stroomopwaarts werpen en de shad iets sneller dan de stroming terugvissen.
4---Haaks op de stroming werpen en de schad door de stroming laten meevoeren.

Naar de bodem laten zakken en daarna binnenvissen kan ook, maar geeft doorgaans veel minder resultaat. 

Vissen met spinners:
Doorgaans doen spinners met een slank blad het beter dan deze met een rond blad. Gewoon omdat de laatste meer weerstand geven en moeilijk vlug te vissen zijn.
Alhoewel dat de inhaalsnelheid met spinners iets lager mag omdat het spinnerblad snel roteert.
Ook hier is het gewicht weer afhankelijk van de plaats en de stroming.
Gewichten tussen de 20 tot 30gram zijn goed bruikbaar.
Wil je met kleinere gewichten, zeg maar kleinere spinners aan de gang, dan heb je extra hulpmiddelen nodig. (zie verder)  
Na de inworp vis je de spinner onmiddellijk terug zo blijft hij juist onder het oppervlak lopen.

Vissen met lepels:
Hoewel steeds minder in de mode zijn lepels zeer bruikbaar om op roofblei te vissen.
Een lepel geeft trouwens als voordeel dat je die vaak juist iets verder kan werpen dan ander kunstaas. Op fel stromend water zijn ze vaak in het voordeel tegenover alle ander kunstaas.
Ze zijn verkrijgbaar in erg veel soorten, maten en kleuren. Maar ook hier verdienen de slankere modellen de voorkeur.
Zit er veel kleine aasvis dan kan een lepeltje van 4cm bij een gewicht van 10/15gram. De lichtere lepeltjes werken zeer goed in keerstromen en luwtes.
Werp het lepeltje vlak naast de stroming waar de keerstroom begint en begeleid het lepeltje in de keerstroom.
Vanaf de kant ga je vaak tot 25gr. En op zeer snelstromende rivieren zelfs nog zwaarder.
Het binnenvissen is vrij eenvoudig. Na het inwerpen gewoon met afwisselende snelheden terugvissen.
Hoe hoger je de hengeltop hierbij houd, hoe ondieper je de lepel terug vist.
Draai ook hier gerust snel binnen.
Een andere manier is stroomafwaarts werpen, het lepeltje laten afzinken en af en toe met een korte tik de lepel laten opspringen om hem daarna terug iets te laten afzinken. Dit terwijl je met een normale snelheid binnen draait.
 
Extra kunstaas technieken klein kunstaas. 
In het begin van het seizoen, zeg maar rond juni/juli, vis ik vaak met kleine spinners, plugjes of zelfs een streamer. Het grote probleem hierbij is het gewicht of eerder het ontbreken hiervan.
Hiervoor heb ik echter een fantastisch hulpmiddel, namelijk de sbirolino of bombarde.
Zelf maak ik de montages vooraf kant-en-klaar zodat ik ze aan het water gewoon in een speldwartel aan de hoofdlijn kan hangen.
De sbirolino of bombarde gebruik ik niet schuivend maar vast tussen een wartel en een speldwartel.
Hier aan komt 35/00 fluocarbon met een lengte tussen de 1 en 1.5 meter afhankelijk van de hengellengte, met aan het uitende het gewenste mini kunstaas.
Mijn voorkeur gaat uit naar sbirolinos van rond de 40 gram en liefst snel zinkend. 
Deze kan je zowel diep al hoog binnen vissen. 
De snelheid waarmee ik ze binnenvis ligt in 75% van de tijd hoog. Dit is meestal het succesvolst. Werkt het niet dan kan je variŽren in snelheid en soms ook even laten stilvallen en terug versnellen.

 
Voorbeelden van sbirolinos en bombarders
(voor meer uitleg zie artikels vissen op vijverforel)

    
          

Enkele extras

Het afvissen van kribben (stroom komt van links):
De meeste roofbleivissers starten met het vissen op en rond de kribben op een rivier. Ga je voor het eerst op roofblei vanaf de kant, kies dan voor een stuk rivier waar de kribben niet te ver uit elkaar liggen.
De hotspots liggen hier in het verlengde van de krib tot ongeveer 20 meter daarbuiten en aan de rechterzijde vanuit de kop van de krib waar de keerstroom zich bevind. Loop nu niet direct naar het einde van de krib maar begin je kunstaas op 10 meter van de kop te water te laten. Normaal houden de vissen zich aan de rechterkant op, wat niet uitsluit dat je het ook niet links eens mag proberen. Zijn ze er niet dan schuif je verderop naar de top toe. Meestal zijn een twintigtal worpen genoeg om erachter te komen of er bijtgrage roofblei aanwezig is.  Meer worpen maken is meestal niet zinvol, het best is te verkassen naar een volgende krib.  
Met name in de zomer is er vaak roofblei-activiteit in het ondiepe water nabij zandbanken, of langs de oever van de strandjes tussen de kribben... Dus opletten.

Het vissen vanuit een boot:
Hier gaat het allemaal wat gemakkelijker, waarbij natuurlijk dezelfde plaatsen rond de krib afgevist worden. Het voordeel is dat je nu in een korte tijd veel kribben aan beide oevers van de rivier kunt afvissen. Waar er geen kribben zijn kan je met de visvinder onderwater obstakels opsporen.
Een andere manier om een krib af te vissen is driftend. Bij een krib aangekomen laat je de boot gewoon met de stroming meedrijven. Zo zie je ook onmiddellijk hoe de stroming in elkaar zit. Vaak kom je daarbij akelig dicht bij de krib, maar dat went wel.
Vissen op zicht:
Roofbleien verraden vaak hun aanwezigheid door agressief aan het oppervlak te jagen. Dus kijk steeds uit aan het water naar bewegingen aan het oppervlak. Eenmaal een dergelijke plaats gevonden lijkt het eenvoudig om die vissen te vangen, maar vaak is niets minder waar. Het juiste kunstaas, zowel in grote als kleur is hier echt belangrijk, en vaak moet je hier dan ook veel moeite doen om een vis te vangen.

Enkele goede Nederlandse rivieren:
De IJsel, Rijn, Lek, Waal, Merwede  en bepaalde delen van de Maas zijn goede roofblei wateren om het eens te proberen.
Buitenland:
Hongarije, en meer bepaald het Balatonmeer is een waar roofblei paradijs.
Ook in de Donau delta huizen kanjers van roofbleien waar zelden op gevist wordt.  
Met de dobber en spiering aas. 
Bijna alle roofbleivissers vissen met kunstaas, maar het kan ook met dood aas als spiering en kleine voorntjes.
Een goede montage hiervoor is een 8 grams dobber met centraal gat, olivette-loodjes van 4 gram en een Gamkatsu worm39 haak.
In volgorde van boven naar beneden monteren we een stuitje, een klein plastic kraaltje, de dobber, de twee olivette-loodjes met aan het eind een klein van de gevlochten hoofdlijn een klein warteltje. Aan de andere kant van de wartel knopen we een kleine meter 24/00 fluocarbon met onderaan de haak.
Aan de haak komt een kleine spiering of blankvoorntje.
Als hengel gebruiken we een lichte dobber karperhengel of een wat zwaardere match-hengel. Beiden zijn soepel genoeg om het fragiele aas een behoorlijk eind te werpen zonder het aas te verliezen.
Vissen doen we op en rond de kribben.
Ondanks de behoorlijk stroom blijft onze dobber vrij lang op de op de beoogde visstek waar we in het verleden roofblei zagen jagen.
De montage volgt steeds zijn eigen route en maakt mooie driftjes schuin stroomafwaarts van de kribkop en blijft vaak rondje maken middenin de stroomkolken.
Telkens opnieuw inwerpen is dus niet nodig, en het is een relaxe manier van vissen tot je een aanbeet krijgt.
Vaak duurt het niet lang voor een roofblei met het aasje en de dobber wegrent.
Een manier van vissen die zeker rendabel is als de vissen wat moeilijker zijn en pertinent het aangeboden kunstaas negeren.
 
Er zijn nog andere manieren voor het vissen met doodaas aan de werphengel, maar meestal zijn deze wegens de stroming en door de talrijke worpen met het toch wel fragiele aas niet echt effectief. 
 
 
 

Algemeen techniek 1 Techniek 2 Artikels

Copyright © 2006 Noyelle Frans. Alle rechten voorbehouden.